Traditie

De vikingen bouwden schepen volgens een zeer oude traditie. Het waren echt specialisten die zich hiermee bezighielden. Ze gebruikten de rechtste, hoge eiken om de lange kiel van te maken en de kromgegroeide bomen gebruikten ze voor de gebogen delen van het schip. Houtsnijders brachten als laatste prachtige draken- of slangenkoppen aan, en nog meer versierselen. Het waren lichte en wendbare schepen en snel door het grote zeil. De boten waren door de lange mast en
lange kiel redelijk stabiel op zee. Redelijk, dat wil zeggen, het waren natuurlijk open boten en de bemanning werd dan ook constant blootgesteld aan de elementen. Overslaande golven en regen maakten het er niet gemakkelijker op en zorgden ervoor dat de mannen eigenlijk altijd doornat en koud waren, maar ja, het waren stoere kerels dus nam men het blijkbaar voor lief. Want zodra ze konden (in de zomer, want dan was er niet zo veel te doen op de hoeve's) stonden diegenen die sterk en gezond waren te trappelen om op pad te gaan.


Drakkar

De 'drakkars' waren de grote drakenschepen, met draken- of slangenkoppen, welke gebruikt werden om op rooftocht te gaan en oorlog te voeren. Doordat dit schip riemen had over de volle lengte was het zeer wendbaar.



Knorr

Schepen met een groot laadruim, noemden men een 'knorr'.

Hiermee werden dus vooral lading, kolonisten en handelaren naar hun bestemming gebracht. Op dit schip had men alleen roeiers op voor- en achtersteven, en werd vooral onder zeil gevaren.








Terug naar boven